Inclusie betekent voor de één vooral dat kinderen met en zonder extra ondersteuningsbehoefte samen kunnen spelen en leren. Voor de ander gaat het ook over de acceptatie van verschillen in achtergrond, ontwikkeling, gezinssituatie of mogelijkheden.
Veel organisaties zullen zeggen dat zij al inclusief werken. En terecht, er gebeurt al veel. Tegelijkertijd is inclusie geen vinkje dat we kunnen zetten. Het is een voortdurende opdracht om onze omgeving, ons handelen en onze eigen verwachtingen tegen het licht te houden. De gedegen handreiking ‘Op weg naar inclusieve kinderopvang van Sardes biedt daarvoor een praktische route.
De handreiking laat zien dat er mooie kansen liggen voor kinderopvang en basisonderwijs. Kinderen houden zich immers niet aan onze zelfbedachte grenzen. Soms begint inclusie dan ook door eenvoudig samen te kijken naar wat een kind nodig heeft. Door expertise te delen of – waar mogelijk – gezamenlijk professionals in dienst te nemen, ontwikkel je gaandeweg een inclusieve praktijk die ervoor zorgt dat kinderen zich welkom voelen.
Laten we daarbij eerlijk zijn over de lastige kanten. Inclusie vraagt iets van medewerkers die al een hoge werkdruk ervaren. Extra ondersteuning kost tijd en geld, terwijl financiering en compensatie afwezig of op z’n minst niet altijd vanzelfsprekend zijn. Ook mag aandacht voor kinderen die meer nodig hebben nooit betekenen dat we de andere kinderen uit het oog verliezen.
Juist daarom vraagt inclusie om realisme. We hoeven niet meteen in een beleidsnota alles perfect te regelen, wel kunnen we samen steeds een volgende stap zetten. Want uiteindelijk is de meest inclusieve vraag ook de eenvoudigste: doet ieder kind ertoe, en merken onze kinderen dat ook?
- BBMP-abonees krijgen ook korting op deelname aan Studieconferentie Kindcentrum, dat op 17 december plaatsvindt.






