Beleid, Bestuur, Management & Pedagogiek in de kinderopvang

Verdiepende analyse bso en dagopvang door LKK

In een nieuw rapport, in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), hebben onderzoekers van de Universiteit Utrecht verdiepende analyses – nu met kwaliteitsprofielen – gedaan op de eerder verzamelde onderzoeksgegevens van de landelijke kwaliteitsmonitor kinderopvang (LKK) tussen 2017 en 2019.

Eerdere uitkomsten van de LKK lieten zien dat de emotionele proceskwaliteit in de kinderopvang gemiddeld genomen voldoende tot goed is. Dat medewerkers responsief reageren op kinderen, er een positieve sfeer in de groep is en medewerkers rekening houden met de interesses en wensen van kinderen. Echter, de gemiddelde educatieve proceskwaliteit is in alle opvangtypen duidelijk lager en is gemiddeld op of iets boven de grens van wat volgens de standaards van het meetinstrumentarium als voldoende kan gelden.

In de verdiepende analyse zijn er nu kwaliteitsprofielen gevormd, om meer recht te doen aan de veelheid van kwaliteitsaspecten die een rol spelen in de kinderdagopvang en buitenschoolse opvang. Daaruit komt naar voren dat voor kinderdagopvang de verschillen tussen de groepen van de laagste en hoogste kwaliteit zeer groot zijn, vooral voor de educatieve kwaliteitsaspecten. In de dagopvang kan het om minimale kwaliteit gaan, maar de kwaliteit kan ook goed of zelfs uitstekend zijn, blijkt uit de kwaliteitsprofielen:

 

Kinderdagverblijfgroepen met een hoge emotionele en educatieve proceskwaliteit zijn bijvoorbeeld vaker horizontale groepen, en specifieke babygroepen. Daarmee samenhangend is de beroepskracht-kindratio (BKR) gunstiger in groepen van hoge kwaliteit. Medewerkers in groepen met een hoge kwaliteit werken gemiddeld een dag per week meer en hebben vaker een vast contract. Deze aspecten kunnen bijdragen aan meer stabiliteit in de groep.

Verder blijkt dat de kwaliteitsverschillen in de buitenschoolse opvang tussen groepen van de laagste en hoogste kwaliteit zeer groot zijn, vooral wat betreft ruimte en inrichting en het geobserveerde activiteitenaanbod. In de groepen met een lage kwaliteit voldoet de ruimte en inrichting en de aanwezige materialen en het activiteitenaanbod niet.

In bso-groepen van hogere kwaliteit worden naar verhouding minder kleuters opgevangen. Groepen die hoge kwaliteit bieden, zijn vaker onderdeel van een locatie waar tenminste één hbo-geschoolde pedagogisch medewerker aanwezig is. Verder blijkt er meer aandacht voor professionalisering (gericht op het team en in de vorm van inhoudelijk overleg) in groepen van hogere kwaliteit. Medewerkers rapporteren daarnaast een hogere mate van zelfvertrouwen in groepen van hoge kwaliteit.

Wat betreft het aanbod van spel en activiteiten blijken groepen van hogere kwaliteit meer aandacht te besteden aan samenspel, creatieve activiteiten, ontluikende gecijferdheid, wetenschap en techniek, burgerschap, buitenactiviteiten en uitstapjes. Verder profileren deze groepen zich minder sterk op dienstverlening of betaalbaarheid, sociaal-spel of inclusie.