De betrouwbaarheid van EVC-certificaten kan niet worden gegarandeerd, gezien de omvangrijke fraude die is vastgesteld. Criminelen en fraudeurs gebruiken EVC-certificaten en andere bewijsstukken van werkervaring om vrijstellingen en vakbekwaamheidsbewijzen te verkrijgen. Hierdoor krijgen zij zonder de juiste kwalificaties toegang tot functies, opleidingen en voorzieningen. Dat vormt onder meer in de zorg een groot risico voor de kwaliteit en veiligheid. De erkenning van EVC-aanbieders blijkt geen waarborg te bieden voor de betrouwbaarheid en kwaliteit van een EVC-certificaat.
In de jeugdsector is de EVC-standaard ‘HBO Jeugd- en Gezinsprofessional’ ingetrokken. Nieuwe EVC-certificaten worden daar niet meer geaccepteerd. In het sociaal domein is de EVC-standaard ‘Vakbekwame mbo en hbo Sociaal werker’ opgeschort.
Onderwijsinstellingen zijn eerder al opgeroepen zeer terughoudend te zijn met vrijstellingen op basis van EVC-certificaten. Vrijstelling mag alleen worden verleend als volledig duidelijk is dat iemand aan alle kwalificatie-eisen voldoet.
Werkgevers blijven zelf verantwoordelijk voor het toetsen of werknemers bevoegd en bekwaam zijn. Zij worden gevraagd niet blind te vertrouwen op EVC-certificaten, maar zelf te controleren of kandidaten beschikken over de vereiste kennis en kunde. Voor zorgaanbieders sluit dit aan bij bestaande wettelijke verplichtingen, zoals de vergewisplicht.
Branche- en beroepsorganisaties in de zorg zijn opgeroepen om binnen de branche of beroepsgroep het gesprek te voeren over het stoppen met EVC-certificaten en, waar mogelijk, de beroeps- of branchestandaarden voor EVC-certificaten in te trekken. Ook gemeenten, provincies en O&O-fondsen worden gevraagd hun subsidieregelingen voor EVC-trajecten te heroverwegen.
Alle organisaties die betrokken zijn bij (nieuwe) vormen van validering en bewijzen van vakbekwaamheid worden opgeroepen kritisch te kijken naar fraudegevoeligheid en de borging van kwaliteit.







