Beleid, Bestuur, Management & Pedagogiek in het kindcentrum

Positieve reacties op regeerakkoord kabinet Jetten

Regeringspartijen D66, CDA en VVD willen volgens het regeerakkoord van het nieuwe kabinet Jetten de onderwijsbezuinigingen volledig terugdraaien. Premier Rob Jetten (D66) meldt daarover bij de presentatie van het coalitieakkoord op 30 januari 2026: ‘Elk kind, elke student verdient het beste onderwijs. Met leraren die worden gezien en gesteund. Want wie investeert in onderwijs, investeert tegelijk in vrijheid, kansen en de kracht van onze economie.’


Het nieuwe kabinet stelt voor het gehele onderwijs 1,5 miljard euro structureel beschikbaar, in de vorm van een ‘envelop’. Hiermee willen de partijen bezuinigingen van het kabinet Schoof terugdraaien, de kwaliteit verbeteren, meer leraren voor de klas, en de onderwijsinspectie versterken. Op een later moment wordt bepaald hoe het geld precies verdeeld wordt.

De PO-Raad is blij met het voornemen om de bezuinigingen terug te draaien. En blij dat het nieuwe kabinet inzet op maatregelen die bijdragen aan een goede doorlopende leerlijn en meer kansen voor kinderen. Zo gaat het kabinet verder met het plan om kinderopvang bijna gratis te maken voor werkende ouders. Ook hervormt het de subsidie voor brede brugklassen. Daarnaast wil het kabinet investeren in de rijke schooldag en in voor- en vroegschoolse educatie via de gemeentelijke onderwijsachterstandsmiddelen. 

PO-Raadvoorzitter Freddy Weima: ‘Het is ontzettend belangrijk dat het nieuwe kabinet een streep zet door de enorme bezuinigingen in het onderwijs door het vorige kabinet. De bezuinigingen kwamen terecht bij de meest kwetsbare kinderen, terwijl het onderwijs juist voor meer kansen moet zorgen. Wij roepen de oppositiepartijen dan ook op het terugdraaien van de bezuinigingen te steunen.’ 

Een noodzakelijke en langverwachte stap, zo typeert de Branchevereniging Maatschappelijke Kinderopvang (BMK) de keuze van het nieuwe kabinet om het nieuwe financieringsstelsel voor kinderopvang per 2029 inderdaad in te voeren. De BMK is blij met dit besluit van het nieuwe kabinet. ‘Na jaren van pleiten voor eenvoud, zekerheid en betrouwbaarheid, markeert dit besluit een belangrijke doorbraak voor ouders, kinderen en kinderopvangorganisaties.’

Met het nieuwe stelsel wordt kinderopvang rechtstreeks gefinancierd. Ouders betalen een vaste, lage bijdrage en krijgen niet langer te maken met het complexe en onzekere toeslagensysteem. Dat betekent volgens de BMK ‘meer rust voor ouders en herstel van vertrouwen in de overheid. Inkomensonafhankelijkheid is daarbij een cruciale voorwaarde.’

Het nieuwe stelsel ondersteunt bovendien de combinatie van arbeid en zorg, juist in een tijd van grote arbeidsmarktkrapte. Tegelijkertijd benadrukt de BMK dat kinderopvang meer is dan een arbeidsmarktinstrument. Kinderopvang draagt bij aan de ontwikkeling, veiligheid en veerkracht van kinderen. Dat het nieuwe stelsel met een lage ouderbijdrage (nog) alleen voor werkende ouders geldt is voor de BMK een belangrijke stap, maar niet het eindpunt: de inzet blijft gericht op een stelsel met kinderopvang voor álle kinderen.

De Brancheorganisatie Kinderopvang (BK) ziet de voortzetting van de keuze voor bijna gratis kinderopvang met directe financiering ook als een duidelijke keuze om het stelsel voor ouders eenvoudiger te maken. ‘Tegelijkertijd staat of valt het succes met een zorgvuldige uitwerking die werkt in de praktijk.’ De BK vindt het positief dat het coalitieakkoord inzet op minder regeldruk voor ondernemers én op herstel van de samenwerking met maatschappelijke organisaties, ‘de polder’ en het bedrijfsleven.

De vereniging van ouders in de kinderopvang, BOinK, steunt eveneens de plannen van het nieuwe kabinet dat kinderopvang betaalbaarder en eenvoudiger maken voor ouders. Tegelijk wijst BOinK erop dat ouders in hoge mate afhankelijk worden van ondernemers. De belofte van de politiek dat er bij ouders geen terugvorderingen gaan plaatsvinden is voor BOinK onvoldoende. ‘Er zijn meer dan genoeg voorbeelden dat dit soort toezeggingen uiteindelijk weer teruggedraaid worden.’

BOinK constateert wel dat het nieuwe kinderopvangstelsel feitelijk alleen gaat over het verleggen van de geldstroom. Belangrijk, maar BOinK vraagt ook vooral aandacht voor het behoud van kwaliteit. ‘Net als in 2005 bij de invoering van de Wet Kinderopvang blijft de kwaliteit geheel buiten beschouwing. BOinK ziet op dit moment dat er allemaal regels versoepeld of afgeschaft worden met grote risico’s voor kwaliteit en veiligheid, dat baart ons grote zorgen.’ Daarom moeten oudercommissies ‘een duidelijke en stevige rol krijgen bij veranderingen in de kinderopvang’.

Het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) ziet een nieuwe Haagse coalitie die wil werken aan grote maatschappelijke opgaven. Het kabinet heeft goede voornemens voor de pedagogische samenleving, met nieuwe investeringen in onderwijs, aandacht voor brede brugklassen en voor- en vroegschoolse educatie. Maar er zijn ook gemiste kansen en een uitwerking die niet altijd consistent is.

Het is fijn dat de nieuwe coalitie breder kijkt naar de rol van scholen. Die zijn niet alleen een plek om te leren, maar vormen ook een gemeenschap en ankerpunt in de buurt. ‘Zo’n visie op de pedagogische waarde van onderwijs ontbrak lange tijd in het landelijke beleid. De toekomst van de jeugd krijgt ook aandacht op andere plekken in het akkoord, al is het een gemiste kans dat de coalitie de Nationale Jeugdstrategie niet volledig omarmt’, schrijft het NJi.

 

Maar een overheid die een sterke pedagogische basis wil ondersteunen, moet wel de sociale en culturele kanten van het leven voor ogen houden. Dat vraagt vertrouwen in burgers en maatschappelijke organisaties. ‘De overheid moet dan de regie loslaten. Die mentaliteit is nog geen gemeengoed, blijkt uit het coalitieakkoord. De coalitie wil de plannen voor de jeugdzorg van het kabinet Schoof voortzetten om de groei van het jeugdzorggebruik via wetgeving te beperken. Eerdere pogingen om de jeugdzorg zo bij te sturen waren vruchteloos.’

Het NJi mist verder in het akkoord vooral bewustzijn over de effecten van armoede op de jeugd. Ook is er nog te weinig aandacht voor de positie van achtergestelde gezinnen en kinderen. Verder is het onterecht dat kinderen van ouders zonder betaald werk worden uitgesloten van kinderopvang. ‘Arbeidsparticipatie van de ouders weegt dus zwaarder dan de pedagogische behoeften van hun kinderen. Het nieuwe financieringsstelsel voor de kinderopvang kost veel geld. Geld dat dus niet ten goede komt aan de pedagogische basis. Hier wreekt zich het ontbreken van een integrale pedagogische visie.’

De MBO Raad feliciteert de coalitiepartijen met de snelle totstandkoming van het nieuwe regeerakkoord. Die voortvarendheid is hard nodig, want de afgelopen jaren zijn in Den Haag belangrijke keuzes te vaak vooruitgeschoven. ‘Dit heeft geleid tot onzekerheid en stilstand, ook voor het middelbaar beroepsonderwijs. Dat het mbo een sleutelrol speelt, wordt duidelijk erkend.’ Daarnaast staat de MBO Raad positief tegenover een aantal concrete punten in het akkoord:

  • het terugdraaien en uitbreiden van de voorgenomen bezuiniging op het regionaal investeringsfonds

  • het serieus werk maken van een verplichte stagevergoeding

  • aandacht voor leven lang ontwikkelen (LLO) en de introductie van leerrechten

  • gelijke toegang van mbo-studenten tot voorzieningen zoals huisvesting, sport, cultuur en een bestuursjaar

  • actieve bestrijding van stagediscriminatie

  • meer aandacht voor de financiële zekerheid van scholen en voor de weerbaarheid en het mentale welzijn van studenten

  • behoud van de drievoudige opdracht van het mbo, met extra aandacht op basis van een ‘talentenstrategie’