Onderzoeksbureau Panteia onderzocht het zzp-fenomeen in opdracht van AZW (Arbeidsmarkt in Zorg en Welzijn), waarvan Kinderopvang Werkt! een van de initiatiefnemers is. Het rapport plaatst mediaberichten systematisch naast objectieve onderzoeksgegevens.
De media legden de daling van het aantal zzp’ers in de kinderopvang in 2025 vrijwel volledig bij de strengere handhaving op schijnzelfstandigheid. Maar de meeste werkgevers zijn niet minder zzp’ers gaan inhuren. En als je zzp’ers zelf vraagt waarom zij overwegen terug te gaan naar loondienst, noemt slechts 17 procent het risico op schijnzelfstandigheid. De werkelijke drijfveren zijn klassiek: behoefte aan financiële zekerheid (71,5 procent), sociale zekerheid (40,1 procent) en werken in een vast team (35,8 procent).
Een terugkerend frame in de media is dat zzp’ers in de kinderopvang minder gebonden zijn aan regels en rapportageverplichtingen, en dat dit de aantrekkingskracht verklaart. Het onderzoek bevestigt dit gedeeltelijk, maar geeft een rijker beeld. In de kinderopvang springt de werk-privécombinatie er als motief bovenuit, sterker dan in welke andere zorgbranche ook. Zzp’ers in de kinderopvang kiezen primair voor meer regie over hun eigen tijd en inzet, niet om regels te omzeilen, maar omdat het hen in staat stelt werk en privéleven beter op elkaar af te stemmen. Tegelijkertijd ervaren ze ook meer tijd voor de kinderen als ze aan het werk zijn.
Wat nauwelijks aan bod komt in berichtgeving is de aanzienlijke onzekerheid onder zzp’ers in de kinderopvang zelf. Van alle branches in zorg en welzijn wil hier het kleinste aandeel zzp’er blijven: 67,5 procent. Een opvallend grote groep van 20 procent weet het niet. Dat is geen sterk verhaal voor krantenkoppen, maar het is wel een relevant signaal voor de sector. Veel zelfstandigen in de kinderopvang zijn niet overtuigd dat het zzp-schap voor hen de beste langetermijnkeuze is.
Het mediaframe reduceert de zzp-discussie tot een tweestrijd: zzp of loondienst, flexibiliteit of zekerheid. Maar het onderzoek laat zien dat de arbeidsmarkt in de kinderopvang uit drie partijen bestaat, elk met eigen behoeften. Zelfstandigen willen regie over hun tijd en een goede werk-privébalans. Werknemers in loondienst hebben behoefte aan stabiliteit en een hecht team. Werkgevers zoeken flexibele inzet om roosters rond te krijgen en continuïteit voor kinderen en collega’s. Die behoeften sluiten elkaar niet uit, maar ze vragen wel om beleid dat verder gaat dan de contractvorm alleen.







