‘Eigenlijk komt in deze functie alles samen: waar ik voor sta én waar ik voor wil gaan. Ik wil een positieve impact hebben op de kwaliteit van de kinderopvang, in dienst van de wereldburger van de toekomst. Dat kan hier. Ik mag nu meehelpen om alle wetenschappelijke kennis te vertalen naar de praktijk’, vertelt Kerstens.
Kunstmatige intelligentie (AI) ziet zij als een mogelijke bedreiging voor de kwaliteit van kinderopvang. Er ligt volgens haar een spanningsveld: tussen wetenschappelijke kennis, het beleid van een organisatie en wat een chatbot aanbiedt – en wat een professional misschien te snel voor waar aanneemt. Door AI denkt iedereen beschikking te hebben over kennis, terwijl die lang niet altijd betrouwbaar is.
‘We zijn niet allemaal even kritisch op de bronnen die we gebruiken. En AI zit er vaak genoeg naast.’ Kerstens ziet het als grote taak voor het Expertisecentrum om betrouwbare en gevalideerde kennis te leveren. ‘Dus moeten we die op zo’n manier vertalen dat iedereen – professionals, pedagogisch coaches, leidinggevenden, ouders – die kennis zo makkelijk mogelijk kan toepassen in de praktijk.’
Daartoe heeft het Expertisecentrum EPI ontwikkeld, een AI-assistent die wel betrouwbare antwoorden geeft, gebaseerd op wetenschappelijke bronnen van het Expertisecentrum zelf. Daarnaast geeft EPI altijd een praktijkvoorbeeld en een suggestie voor een passende tool.






