Ruim 90 procent van de werknemers verwacht door de maatregel meer werkdruk en bijna driekwart voorziet extra uitstroom van personeel. Naast een hogere uitstroom en werkdruk verwacht 85 procent van de pedagogisch professionals meer veiligheidsrisico’s door de inzet van leerlingen. En 88 procent verwacht dat de kwaliteit van de opvang daalt.
Bijna de helft (40 procent) van de werknemers in de kinderopvang overweegt momenteel zelfs te vertrekken uit de sector, 27 procent maakt daar zelfs al concrete plannen voor. Van de ondervraagde ouders vindt 46 procent de verruimingsmaatregel niet wenselijk, en 40 procent gaat alleen onder strikte voorwaarden akkoord.
De kabinetsmaatregel houdt in dat 50 procent van de medewerkers op de locatie uit leerlingen mag bestaan (de BIO-maatregel: beroepskracht in opleiding). Voorheen mocht 1 op de 3 krachten op de locatie uit leerlingen bestaan. CNV en FNV, PPINK en BOinK waren van meet af aan tegen en zijn onvoldoende gehoord. Dat de tijdelijke maatregel, die dateert uit 2022 steeds verlengd wordt, is volgens hen onacceptabel en onverantwoord.
Het onderzoek laat schokkende cijfers zien, stellen CNV en FNV, PPINK en BOinK. ‘Honderdduizenden ouders kunnen werken omdat hun kind in veilige, professionele handen is. De BIO-maatregel wordt verkocht als oplossing voor het personeelstekort, maar op de groep gebeurt het tegenovergestelde. Het zorgt ervoor dat de werkdruk stijgt en medewerkers massaal vertrekken.’
‘Leerlingen zijn hard nodig voor de toekomst van de kinderopvang. Maar leren vraagt tijd en begeleiding. Ervaren pedagogisch professionals zijn tegen het inzetten van leerlingen als oplossing voor gaten in de bezetting. Leerlingen moeten de kans krijgen om het vak goed te leren. Daarmee behoud je ook je ervaren medewerkers, die nu meer druk ervaren door naast een onopgeleide medewerker te staan.’






