Beleid, Bestuur, Management & Pedagogiek in het kindcentrum

GGD: hitteprotocollen kinderopvang ondermaats

Kinderopvangorganisaties moeten meer maatregelen nemen om kinderen en medewerkers te beschermen tijdens hete dagen. Die dringende oproep doen de GGD’en, die toezicht houden op de kinderopvang. Hoewel kinderopvanglocaties wettelijk verplicht zijn een hitteprotocol te hebben, zijn die protocollen volgens de GGD in de praktijk vaak te algemeen en onvoldoende toegespitst.


 

Volgens beleidsadviseur Josine van den Boogaard van de GGD Rotterdam-Rijnmond voldoet de sector in grote lijnen aan de wettelijke verplichting, maar is dat niet genoeg nu hete dagen steeds vaker voorkomen. De toezichthouder ziet grote verschillen tussen en binnen locaties. Dat heeft onder meer te maken met het gebouw, de aanwezigheid van airconditioning, zonwering, schaduwplekken op het buitenterrein en de mogelijkheden om ruimtes te ventileren.

‘We zien dat kinderopvangorganisaties vaak één algemeen hitteprotocol hebben voor al hun locaties, terwijl ieder gebouw anders is’, zegt Van den Boogaard. ‘Het is belangrijk dat een kinderopvang per locatie een eigen hitteprotocol heeft. En soms zelfs per ruimte, omdat de omstandigheden binnen één gebouw sterk kunnen verschillen.’

Volgens de GGD heeft het geen zin om één landelijke maximumtemperatuur voor kinderopvang vast te leggen. De omstandigheden verschillen daarvoor te veel. ‘Temperatuur is belangrijk, maar één maximale binnentemperatuur is niet de oplossing. Je moet kijken naar het totale binnenklimaat en naar de maatregelen die een locatie neemt om kinderen veilig te houden’, zegt Van den Boogaard.