BBMP
BBMP
 BBMP


Deel deze pagina:


 Nieuwsbrief

Schrijf u in voor onze digitale nieuwsbrief en blijf op de hoogte!




[ advertenties ]





Effecten voor gemeentelijk beleid voor peuteropvang en voorschoolse educatie

De maatregelen om de coronabesmettingen in te dammen en daarbij de sluiting van kinderopvang en onderwijs, hebben grote gevolgen voor kinderen, ouders, aanbieders en gemeenten. In dit nieuwsbericht heeft Ed Buitenhek voor gemeenten een aantal zaken op een rij gezet, waar zij rekening mee moeten en mogelijk kunnen houden.
Effecten voor gemeentelijk beleid voor peuteropvang en voorschoolse educatie

Terugloop vraag en bezetting
Niet alleen op de korte termijn, maar ook op de langere termijn zal de coronacrisis leiden tot een forse terugloop in de bezetting van de kinderopvang. Naast een sterke toename van de werkloosheid, veranderen ook de voorkeuren van ouders (informele versus formele opvang). Men moet rekening houden met een flinke vraaguitval, die naar verwachting groter zal zijn dan in de laatste krimpcrisis.
 
Op termijn verschuiving van dagopvang naar peuteropvang
Vanuit het verleden weten we dat ouders in tijden van crisis vaker kiezen voor een combinatie van informele opvang en kortdurende peuteropvang. Voor de peuteropvang kan dit betekenen dat op de wat langere termijn de instroom toe gaat nemen. Dit heeft niet alleen effect op de benodigde (subsidie)middelen, maar de vraag is ook of er (dan nog) voldoende capaciteit beschikbaar is.
 
Teruglopen infrastructuur en bereik peuters
Als gevolg van de sluiting tot 6 april zal een deel van de ouders hun contract opzeggen, ondanks de adviezen vanuit de overheid. Ook zullen ouders de factuur van april mogelijk niet of pas veel later betalen. Niet alle kinderopvangaanbieders hebben voldoende buffer om de financiële consequenties hiervan te kunnen dragen. Er moet rekening worden gehouden met definitieve sluiting van groepen en locaties en daarmee verlies van een deel van de huidige infrastructuur van (voorschoolse) voorzieningen. Het verminderde aanbod kan ervoor zorgen dat kernen of specifieke wijken hun voorschoolse voorziening gaan kwijtraken, omdat locaties niet meer rendabel zijn of omdat aanbieders al hun activiteiten noodgedwongen moeten staken.
Voldoende spreiding van het aanbod van voorschoolse educatie en het bereik van (doelgroep)peuters komt daarmee in het geding. Het is raadzaam om als gemeente in overleg met de aanbieder(s) te kijken of er mogelijkheden zijn om het aanbod en het bereik zo goed mogelijk te behouden. Een bemiddelende rol bij het zoeken van samenwerking of overname van (gesubsidieerde) activiteiten kan wenselijk zijn.
 
Gevolgen subsidieafspraken ‘geld volgt kind’
Door de sluiting en terugloop in de bezetting krijgt het gesubsidieerde aanbod van peuteropvang en voorschoolse educatie niet alleen te maken met vermindering van inkomsten van ouders met recht op kinderopvangtoeslag, maar ook met vermindering van subsidiemiddelen. Sinds de harmonisatie hanteren de meeste gemeenten immers een subsidieregeling met de systematiek ‘geld volgt kind’.
Met behulp van aanvullende maatwerk afspraken kunnen gemeenten bijdragen om de voorschoolse infrastructuur te behouden. Het is daarbij wel van belang dat rekening wordt gehouden met mogelijke marktverstoring of ongeoorloofde staatssteun.
 
Invoering 16 uur VE
De invoering van de urenuitbreiding voor de voorschoolse educatie (VE) staat in de meeste gemeenten voor 1 augustus 2020 gepland. Het is nu de vraag of het voor kinderopvangaanbieders mogelijk is om deze planning te realiseren, nu zij de komende tijd hun handen vol zullen hebben aan de gevolgen van de coronacrisis.
Ook is het onduidelijk of het verantwoord is om in de komende maanden besluiten te nemen over uitbreiding van arbeidscontracten terwijl onduidelijk is wanneer de voorschoolse voorzieningen en de scholen weer volledig opengesteld worden. De kans is aanzienlijk dat aanbieders pas op de plaats maken. Voor gemeenten en aanbieders ligt het voor de hand dat zij op korte termijn de haalbaarheid en risico’s van de implementatie onder de loep nemen.          
Het is nog niet bekend of het ministerie van OCW met uitstel of een overgangsregeling komt. Wellicht dat een oplossing of alternatieve aanpak kan worden gevonden in een tijdelijke regeling tot 1 januari 2021.
 
Tot slot
Gemeenten kunnen de regie nemen in deze zware tijden en samen met aanbieders maatregelen uitwerken om de schade aan het voorschoolse aanbod te beperken en de communicatie met ouders te coördineren. Het periodiek monitoren van de ontwikkelingen bij de aanbieders en het bereik van de peuters is in elk geval van belang.


Bron: Bureau Buitenhek