
Staatssecretaris Nobel van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft eind 2025 een brief naar de Tweede Kamer gestuurd over de behoefte aan minder regeldruk in de kinderopvang. Hij wil meer duidelijkheid over welke regels wel en niet gelden. Ook wil hij duidelijk maken welke regels ‘echt bestaan en welke niet’. Verder wil hij mogelijk regels aanpassen over vaste basisgroepen in de buitenschoolse opvang, het mentorschap, opvang in een tweede stamgroep en de inzet van pedagogisch beleidsmedewerkers.
Al eerder had Nobel besloten om de regeling waarin kinderopvangorganisaties tijdelijk tot de helft van het personeel op een groep mogen laten bestaan uit medewerkers in opleiding definitief te maken. Deze regeling zou stoppen in 2026, om personeelstekorten op te lossen en sluiting van opvanglocaties te voorkomen. Hoe verlenging precies moet worden geregeld, is nog niet duidelijk.
BOinK waarschuwt dat sommige voorstellen om regels te schrappen kwaliteitseisen kunnen verlagen, zoals regels over vaste gezichten, stamgroepen en ouderinspraak. Vermindering van de regeldruk moet alleen gaan om regels die geen bijdrage leveren aan kwaliteit of veiligheid, of die zorgen voor dubbele administratie en onnodige verplichtingen.
De mogelijkheid om 50 procent onvoldoende gekwalificeerd personeel in te zetten, vermindert de regeldruk niet, vindt de ouderorganisatie. Het blijft namelijk een regel die uitvoering en administratie vraagt. Terwijl ondertussen veel pedagogisch professionals aangeven dat juist de inzet van onvoldoende opgeleide medewerkers zorgt voor meer werkdruk.
De eis om gekwalificeerd personeel in te zetten kost tijd, moeite en geld, maar is volgens BOinK nodig om kwaliteit en veiligheid te garanderen. Daarnaast wijst BOinK erop dat de GGD-inspectie weinig mogelijkheden heeft om de inzet van onvoldoende gekwalificeerde medewerkers kwantitatief in beeld te krijgen.




