Inclusief onderwijs begint namelijk niet op de basisschool, maar in de eerste levensjaren. Dat schrijft de Branchevereniging Maatschappelijke Kinderopvang (BMK) in een reactie op de publicatie.
In de kinderopvang worden belangrijke fundamenten gelegd voor ontwikkeling, sociale relaties en gelijke kansen, schrijft BMK. Kinderen leren samen opgroeien, leren omgaan met verschillen en leren ervaren dat ieder kind erbij hoort.
‘Tijdens de voorschoolse periode worden ontwikkelbehoeften vroegtijdig gesignaleerd, zodat passende ondersteuning tijdig kan worden geboden en de overgang naar de basisschool goed verloopt. En op de bso bouwen kinderen hierop voort door zich verder te ontwikkelen in een omgeving waarin zij zichzelf kunnen zijn en mee kunnen doen. Daarom werken kinderopvangorganisaties en scholen op veel plekken al intensief samen aan een doorgaande ontwikkellijn.’
De leidende principes van de PO-Raad beschrijven inclusie ook als een brede maatschappelijke opdracht. Een opdracht die niet alleen het onderwijs aangaat, maar vraagt om samenwerking tussen kinderopvang, onderwijs, ouders, gemeenten, zorgorganisaties en de landelijke overheid. ‘Alleen samen kunnen we een inclusieve omgeving realiseren waarin ieder kind zich optimaal kan ontwikkelen’, vindt BMK.
Voor inclusief onderwijs zijn goede randvoorwaarden essentieel. De PO-Raad en BMK willen naast structurele samenwerking ook passende financiering, duidelijke wet- en regelgeving, kwalitatieve huisvesting en een herijkt toezichtkader. ‘Ook voor de kinderopvang zijn goede voorwaarden essentieel. Onder de juiste voorwaarden kunnen onderwijs en kinderopvang samen inclusie in de praktijk realiseren.’







